De echoscopiste had weinig tijd nodig om haar vermoedens bevestigd te zien worden. Ons kindje heeft een dubbelzijdige schisis. Ik schrok en de tranen rolden direct over mijn wangen.
Natuurlijk, de kans was aanwezig.
Natuurlijk, ik had hierover nagedacht.
En natuurlijk, het is geen wereldramp.
Maar veel liever niet. Je hoopt toch dat alles goed is en dat medische ingrepen je kleintje bespaard blijven.
Hoe kon het gebeuren dat mijn voorgevoel onjuist was? Had ik mezelf dan zo voor de gek gehouden? Misschien wat betreft de schisis; je hoopt zo dat je kindje het niet heeft. Een geval van positief denken en hier echt in geloven maakte mij sterk in de gedachte dat er geen schisis was.
Ik geloof in intuïtie, durf op mijn gevoel te vertrouwen. Dit heeft tot nu toe altijd goed uitgepakt. En dat dit ook van belang is bij een zwangerschap, werd keer op keer door mijn omgeving bevestigd. Mijn goede gevoel was dus veelzeggend.
Dacht ik.
Hoopte ik.
‘Helaas heb ik nog meer slecht nieuws voor jullie’, vervolgde de echoscopiste haar verhaal. ‘Het nierbekken is verwijd.’
Nog meer tranen.
En ongeloof.
Oké, mijn goede voorgevoel over het ontbreken van een schisis kon gekleurd zijn door mijn wil om hierin kostte wat het kost te geloven. Dat had wellicht meer met positief denken te maken. Maar dat er nog meer aan de had zou zijn? Kon zijn! Dat had ik nooit gedacht.
Ik snapte er niks meer van. Dit kon toch allemaal niet? De echoscopiste, die het zichtbaar lastig vond om ons dit slechte nieuws te vertellen, liet weten dat ze zelf niet meer over de nierafwijking kon zeggen.
We belandden in de zogenoemde medische molen. Onderzoek moest uitwijzen of de afwijkingen aan elkaar gerelateerd waren. De kans bestond dat de afwijkingen onderdeel waren van een syndroom.
Morgen deel 4: Over prikken in je buik en een aantal zenuwslopende dagen